Werkt het betrekken van leerlingen bij het ontwerpen van de les motivatie verhogend?

Het betrekken van leerlingen bij het ontwerpen van de les en het uitvoeren hiervan draagt bij aan een autonomie-ondersteunende context. Kenmerkend voor een autonomie-ondersteunende context zijn heldere kaders en een duidelijke structuur, waarbinnen leerlingen de vrijheid krijgen om hun eigen keuzes te maken. Autonomie is één van de behoeften die volgens Deci en Ryan bijdraagt aan het vergroten van de intrinsieke motivatie. Daarmee draagt het betrekken van leerlingen bij het uitvoeren en ontwerpen innovaties in de les bij aan de intrinsieke motivatie van leerlingen. Een kanttekening die hierbij gemaakt moet worden, is dat de motivatie van leerlingen en de autonomie-ondersteunende context ook afhankelijk zijn van factoren zoals de inhoud en opzet van de les, leeftijd van de leerling, persoonlijke doelen en lesdoelen.

Om leerlingen effectief te betrekken bij het ontwerp en de uitvoering van innovaties in de les, kun je bijvoorbeeld gebruikmaken van het principe van verticaal alignment. Verticaal alignment draait om het creëren van verbinding en afstemming tussen de verschillende betrokkenen in het onderwijs, in dit geval tussen de docent en de leerling. Docenten stemmen bijvoorbeeld met leerlingen af hoe lang een bepaalde innovatie wordt uitgeprobeerd, wanneer deze effectief is en wanneer de innovatie gezamenlijk wordt geëvalueerd.

Bronnen