Wat zijn concrete motivatie verhogende factoren die ik toe kan passen in de les?

Om concreet aan de slag te gaan met het verhogen van de motivatie van leerlingen in de les, kan je als docent op de volgende manieren inzetten op de motivatie verhogende behoeften van (sociale) verbondenheid, autonomie en competentie:

Verbondenheid

  1. Geef betekenisvolle uitleg en sluit aan bij de belevingswereld van leerlingen.
    Betekenisvolle uitleg betekent dat je uitlegt waar leerlingen bepaalde kennis of vaardigheden voor kunnen gebruiken. Probeer hierbij je uitleg aan te passen aan de beleefwereld van leerlingen, bijvoorbeeld door te refereren aan belangrijke thema’s in hun leven nu en in de toekomst.
  2. Onderhoud een goede relatie met je leerlingen
    Een goede relatie tussen docenten en leerlingen zorgt voor een hogere motivatie en betere leerresultaten bij leerlingen. Vooral als leerlingen de docent als sturend, helpend en begrijpend ervaren.
  3. Zorg voor goede relaties tussen leerlingen onderling en een veilig sociaal klimaat
    Voor leerlingen is het belangrijk dat ze onderling goede relaties hebben – vooral bij adolescenten speelt dit een grote rol – en dat er een veilig sociaal klimaat is in de klas.
  4. Laat leerlingen samenwerken
    Groepsopdrachten in heterogene (verschillende niveaus en rollen) groepjes werken motivatie bevorderend voor leerlingen.
  5. Verplaats je in de leerlingen en erken weerstand
    Vraag naar de wensen, meningen, gevoelens van leerlingen, bijvoorbeeld door te proberen de reden van bepaald gedrag te achterhalen. Erken weerstanden en probeer je in te leven in het perspectief van leerlingen.

Autonomie:

  1. Bied leerlingen keuzevrijheid
    Geef leerlingen betekenisvolle keuzes, bijvoorbeeld om wel of niet deel te nemen aan de instructie, keuzes in opdrachten, partner, volgorde, tijdstip, werkplek, methode of manier van uitwerken.
  2. Bied leerlingen structuur op autonomie-ondersteunende wijze.
    • Leerlingen hebben structuur nodig om zich competent te voelen. Structuur kan worden geboden  door duidelijke verwachtingen te communiceren, consequent te zijn en het leerproces inhoudelijk te begeleiden. Door hierin keuzes te bieden en de relevantie uit te leggen wordt structuur autonomie-ondersteunend.
    • Iedere leerling heeft baat bij autonomie-ondersteuning, maar de ene leerling heeft meer structuur en houvast nodig dan de andere leerling. Varieer daarom in de wijze waarop je verschillende leerlingen begeleidt, aangepast naar hun behoefte aan structuur.
  3. Gebruik informatieve in plaats van directieve taal tegen leerlingen
    “Gaan we allemaal rechtop zitten? Dan kunnen we beter werken.” in plaats van “Ga rechtop zitten!”

Competentie:

  1. Motiverende toetsstrategieën
    1. Stel in samenspraak met leerlingen de inhoud en vorm van de toets samen
    2. Bepaal samen met leerlingen de toetsmomenten
    3. Varieer in toetsvormen
    4. Richt je op onderbouwde en procesgerichte feedback bij de resultaten van toetsen
    5. Maak het leerproces zichtbaar door middel van diagnostische toetsen
    6. Laat leerlingen onderling toetsen en daarbij feedback geven
  2. Benadruk individuele vooruitgang en inzet
    1. Breng de werkhouding/inzet van leerlingen aan de orde in plaats van hun prestaties, en refereer aan individuele vooruitgang

Bronnen