Wat is motivatie?


Er is een aantal gangbare theorieën over motivatie in de wetenschappelijke literatuur te vinden. In deze FAQ wordt de zelfdeterminatietheorie van Deci& Ryan als uitgangspunt genomen. Zij maken een onderscheid tussen extrinsieke en intrinsieke motivatie. Intrinsieke motivatie komt vanuit de persoon zelf, waarbij iemand een activiteit wil uitvoeren omdat hij dit leuk of interessant vindt. Bij extrinsieke motivatie gaan mensen aan de slag om een straf te vermijden of een beloning te ontvangen. Externe factoren werken hierbij motiverend. Het is ook mogelijk dat je voor sommige activiteiten zowel intrinsiek als extrinsiek gemotiveerd bent.

Volgens de theorie van Deci & Ryan kun je de intrinsieke motivatie verhogen door te voldoen aan drie behoeften: (sociale) verbondenheid, autonomie en competentie.

  • Autonomie: de leerling heeft de vrijheid om een activiteit naar eigen inzicht uit te voeren en heeft invloed op wat hij doet.
  • Competentie: het vertrouwen dat de leerling heeft in eigen kunnen. Een combinatie van hoge (en reële) verwachtingen en beschikbaarheid van docenten voor hulp en ondersteuning zijn een goede basis voor het ontwikkelen van een gevoel van competentie.
  • Verbondenheid: de verbondenheid met de omgeving, ofwel vertrouwen hebben in anderen. Ook een positief klimaat in de klas draagt bij aan de verbondenheid; leerlingen moeten zich vrij voelen om vragen te stellen en niet bang zijn om fouten te maken.

Bronnen:

Deel dit bericht