Kenniscarrousel

Kenniscarrousel

Aantal deelnemers: 4 tot 30 (in ieder geval een even aantal)

Wat heb je nodig: een afgesloten ruimte, bijvoorbeeld een klaslokaal

Duur: 30 minuten

Door een kenniscarrousel te organiseren deel je in relatief korte tijd veel kennis, die beter beklijft bij deelnemers dan als je als een trainer de theorie klassikaal laat uitleggen. Dit komt omdat het een actievere, energiekere vorm van kennisoverdracht is, waarbij een grotere betrokkenheid van de deelnemers wordt gevraagd.

Stappenplan

• Verdeel de groep in subgroepen van gelijke aantallen. Mocht je toch een oneven aantal deelnemers hebben, vul dan als trainer een groep aan. Stel je hebt twaalf deelnemers, maak dan subgroepjes van drie.

• Geef iedere subgroep een stuk theorie als opdracht om te lezen (om tijd te besparen kun je dit vooraf ook als huiswerk opgeven).

• Bespreek deze theorie in een kwartier tijd als subgroep met elkaar, leg elkaar de theorie uit en kom met praktijkvoorbeelden.

• Hierna vorm je als trainer nieuwe subgroepen met daarin één lid uit elke eerste subgroep. Dus in dit geval waar je vier groepjes van drie personen had, vorm je drie groepen met ieder vier cursisten.

•Iedere cursist gaat vervolgens het besproken theoriegedeelte uitleggen aan zijn nieuwe groep. Spreek vooraf een tijd af (bijvoorbeeld weer vijftien minuten).

Tip: laat de cursisten thuis hun theorie al voorbereiden en laat ze tijdens de sessie in de eerste subgroep aantekeningen maken.

Deze werkvorm komt uit het boekje Samen sterker – hoe deel ik mijn kennis met collega’s. In dit boekje staan nog meer werkvormen beschreven.

Deel dit bericht