Hoe leert een tienerbrein?

Het brein is gedurende de tienertijd en adolescentie nog volop in ontwikkeling. Maar niet alle hersengebieden ontwikkelen zich even snel. Deze ontwikkelingen in de hersenen hebben grote gevolgen voor de manier waarop de adolescenten zich (willen) gedragen, zichzelf zien en omgaan met anderen. De ontwikkelingen hebben ook grote gevolgen voor het leergedrag.

Duidelijk is dat de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor (een zo optimaal mogelijke) leergedrag zich als laatste ontwikkelen. Zo veranderen de cognitieve vaardigheden (het denkvermogen) nog in belangrijke mate. Deze vaardigheden verwijzen naar de cognitieve activiteiten die nodig zijn voor het verwerven van de leerstof en het verwerken van ervaringen. Naast de cognitieve functies, zijn ook de uitvoerende functies (‘executieve functies’) zich nog aan het ontwikkelen. Dit zijn de functies die onder meer nodig zijn voor de aansturing van de cognitieve vaardigheden en voor de regulatie van emoties en gedrag.

De gebieden die voor deze processen verantwoordelijk zijn ontwikkelen zich op verschillende momenten. De deelprocessen zijn ook onderling sterk afhankelijk en functioneren gezamenlijk als een geïntegreerd controlesysteem. Dit controlesysteem zorgt ervoor dat een mens (bij het leren) tot actie komt, zich inzet en actief het leren ter hand neemt, het leerproces plant, stuurt en bewaakt, en zichzelf evalueert en bijstelt. Al deze processen zijn essentieel voor het handelen in nieuwe situaties, waarin het gaat om snelheid en flexibiliteit. De mens moet zijn of haar aandacht ergens op richten, een einddoel bepalen, tussenstappen plannen, niet afgeleid worden en aandacht vasthouden, doorzetten, op tijd kunnen stoppen, alternatieven bedenken. Ze verwijzen naar de regulatieve en motivationele processen, die zorgen voor efficiënt en doelgericht gedrag.

Gedurende de adolescentie ontwikkelen al deze deelprocessen zich, en ook de samenwerking tussen de deelprocessen verbetert nog. De hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor deze deelprocessen ontwikkelen zich nog tot en met gemiddeld het 25 jaar. Lees verder over ontwikkelingen in Het tienerbrein van Jelle Joles en Het puberende brein van Eva Crone. En bekijk de TEdX talk van Jelle Jolles Tienerbrein: werk in uitvoering

Er wordt aangenomen dat er voor de ontwikkeling van deze vaardigheden gevoelige periodes zijn. In dergelijke periodes is het gemakkelijker om een bepaalde vaardigheid te leren. Men veronderstelt dat deze gevoelige periodes ook zullen bestaan voor de ontwikkeling van het werkgeheugen en van flexibiliteit. Dat betekent onder andere dat het veel meer moeite kost om bepaalde vaardigheden te leren als de hersenen er nog niet rijp (te vroeg) of niet meer flexibel (te laat) voor zijn.

Lees meer over wat onderzoek zegt over de zelfregulatie van het tienerbrein of bekijk het praktijkvoorbeeld van het Scala college.

Bronnen:

  • Jolles, J. (2017). Het tienerbrein. Over de adolescent tussen biologie en omgeving. Amsterdam: Amsterdam University Press.
  • Crone, E. (2009). Het puberende brein. Over de ontwikkeling van de hersenen in de unieke periode van de adolescentie. Amsterdam: uitgeverij Bert Bakker.